acb

Stel je voor: een klassiek ingerichte werkkamer. De filosoof Gilles Deleuze kijkt je aan over zijn bril. Hij heeft geruite sokken aan. In de spiegel achter hem zien we het gezicht van zijn ondervraagster, Claire Parnet. Ze rookt een sigaret. Hij begint tegen haar te praten:

Gilles Deleuze (GD): Jij hebt gekozen voor het abecedarium; jij hebt me vooraf de thema’s aangegeven, maar ik weet niet precies welke vragen je gaat stellen. Ik was wel in staat om over de thema’s na te denken. Om een vraag te beantwoorden zonder van te voren een beetje na te kunnen denken is voor mij ondenkbaar. Wat me redt, wat ons redt, is de clausule. De clausule is: dat alles pas zal worden gebruikt, als het al bruikbaar is, na mijn dood. Je begrijpt, ik voelde me al teruggebracht tot de staat van puur archief van Pierre-Andre Boutang (de regisseur), als een stuk papier, en dat vrolijkt me op, het geeft me troost, brengt me bijna in de staat van de zuivere geest. Ik spreek over … ik bedoel: ik spreek na mijn dood. En we weten dat een zuivere geest, na genoeg tafels te hebben laten dansen, we weten dat een zuivere geest niet iemand is die heel diepe antwoorden geeft, noch erg slimme antwoorden. Het is altijd wat beperkt.

Dus, alles past me, alles is goed. Laten we beginnen, A, B, C, D, wat je wilt.

Claire Parnet (CP): Nou, dan beginnen we met A

Zo begint het 8 uur durende interview dat Claire Parnet L’Abécédaire de Gilles Deleuze noemde.

Toen ik Pieter Van Bogaert vroeg naar zijn fascinatie voor dit specifieke abécédaire en het abecedarium in het algemeen, antwoordde hij: "Omdat het alfabet disciplineert en tegelijkertijd vrijheid biedt". Maar wie disciplineert hier en wat of wie biedt vrijheid? Welke clausule doet Gilles Deleuze eigenlijk opgelucht verzuchten dat hij nét als een zuiver geest, niet slim noch diep hoeft te zijn? Is het de afspraak dat niets zal worden uitgezonden voor zijn dood, of is het de arbitraire maar rigide orde van het alfabet?

Laurens Jansz Koster

Aan Nederlandse schoolkinderen wordt nog steeds het verhaal verteld dat op een mooie dag in 1423 ene Laurens Jansz Koster, bestuurder van de stad Haarlem, in het bos wandelde met zijn kleinkinderen. Om ze te amuseren sneed hij letters uit de bast van een beuk. De letters vielen in het zand, en van de indruk die ze achterlieten kwam hij op het idee dat je ze zou kunnen gebruiken om boeken te drukken – en dus, door een toevallige samenloop van omstandigheden werd het zaad geplant dat zou leiden tot de uitvinding van de kunst van het drukken met losse letters, twintig jaar voordat Johann Gutenberg zijn beroemde bijbel drukte.

De trotse gemeente Haarlem gaf pas laat in de 19e eeuw officiëel toe dat Mainz en niet Haarlem de primeur had, maar de nationalistische legende bleef circuleren. Het geruzie om de origine van het gedrukte woord gaat vanzelfsprekend voorbij aan de technieken die in China en Korea al sinds 1040 werden toegepast, maar dat terzijde.

De eerste historische bron waarin Laurens Janszoon Koster vermeld wordt is De Batavia van Hadrianus Junius. 150 jaar nadat de legende zich zou hebben afgespeeld, vertelt hij hoe het zo heeft kunnen aflopen:

Later verving hij de beukenhouten typen door looden, en deze weer door tinnen, opdat het materiaal des te steviger en minder buigzaam zijn zou, en ook duurzamer [...]
Er werden gezellen aangenomen, waaronder een zekere Johannes [...]
Toen deze, na onder eede in het drukkersvak opgenomen te zijn, meende dat hij voldoende in de kunst ervaren was om losse letters samen te voegen en in het gieten van typen, greep hij het meest geschikte oogenblik aan, namelijk de nacht waarin de geboorte van Christus gevierd wordt en allen tezamen de gewijde diensten plegen bij te wonen, maakte zich meester van de geheele schat van lettertypen, pakte de uitrusting van werktuigen van zijn patroon bijeen en haastte zich eerst naar Amsterdam, vervolgens naar Keulen, om ten slotte in Mainz aan te komen, om daar na een drukkerij opgericht te hebben, de rijke vruchten van zijn diefstal te oogsten.

Washington memorial rubbing

Rond het ontwerp van het Vietnam Memorial in Washington was veel discussie. Het voorstel van de jonge studente Maya Ying Lin werd gekozen uit meer dan 4000 inzendingen. Volgens eigen zeggen zou ze de competitie nooit gewonnen hebben, ware het niet dat de inzendingen anoniem werden beoordeeld.
Om de lijst met namen te organiseren van de 58.000 soldaten die aan Amerikaanse zijde in Vietnam zijn gevallen, leek een alfabetische volgorde het meest voor de hand liggen. Toch koos Maya Ying Lin voor een chronologische lijst, geordend op sterfdatum. Voor de doden geldt de dag waarop zij voor het eerst gewond raakten; voor vermiste personen geldt de datum waarop zij als vermist werden opgegeven.
Als gevolg van deze ontwerpbeslissing moeten bezoekers nu vaak eerst zoeken in een aparte index voordat ze iemand kunnen terugvinden op één van de 70 granieten panelen. Een naam is nu eenmaal gemakkelijker te onthouden dan een datum.
Het effect was ook, dat de eindeloze lijst een ander verhaal ging vertellen. De namen van slachtoffers uit dezelfde Tour of Duty staan nu bijelkaar zodat vrienden, collega’s en familieleden elkaar treffen rond een bepaald paneel.
Een alfabetische volgorde zou er voor hebben gezorgd dat het Vietnam Memorial er als een telefoonboek zou hebben uitgezien. Het zou een indrukwekkend bericht hebben afgegeven over de massa levens die in deze oorlog verloren gingen. Voor de nabestaanden is echter het concrete verlies dat elke unieke naam uitdrukt van belang.

In Vietnam kwamen meer dan 600 mensen om met de familienaam Smith, en 16 met de naam James Jones.

Toetsenbord

Computers houden zich enkel bezig met cijfers. Ze slaan letters en andere karakters op, door er een een nummer aan toe te kennen. Er zijn honderden verschillende coderingssystemen voor de vertaalslag tussen karakters en nummers. Om er een paar te noemen:

Er zijn encoderingssytemen die werken in de context van bepaalde commerciële software:

… of verbonden aan specifieke hardware:

Sommigen bevatten alleen de codes voor een enkele Aziatische taal of maar een deel ervan:

Het bekendste en ook meest gebruikte encoderings systeem is Unicode oftewel UTF-8.

De Unicode-standaard is de semi-commerciële standaard die op dit moment gebruikt wordt in meer dan 50% van de websites. De standaard wordt door de Unicode Standard Committee en haar partners naar voren geschoven als de definitieve oplossing voor het in kaart brengen van alle tekens van alle talen van de wereld. Het grote voordeel van Unicode boven encoderingssytemen met een klein bereik, is dat communicatie tussen bijvoorbeeld Tsjechen en Duitsers (geografisch zeer nabij maar qua ISO-termen op een andere planeet), plotseling niet langer problemen oplevert.
Voor de Unicode standaard werd gekozen voor een 16-bits formaat, waardoor theoretisch plek is voor 2 macht 16 = 65536 verschillende karakters. Het probleem is echter, dat de complete set van karakters in gebruik op de wereld meer dan 170.000 karakters bevat.Er moesten dus keuzes worden gemaakt. Hier twee kritische reacties op die keuzes:

How would English-speakers like it if they were suddenly restricted to an alphabet which is missing five or six of its letters because they could be considered “similar” (such as “M” and “N” sounding and looking so much like each other) and too “complex” (“Q” and “X” – why, they are the nothing more a fancier “C” and an “Z”). One could further the analogy by saying English should give up about three out of every four words that are found in the English language, on the grounds that they are redundant, too arcane, or merely superfluous, and modern speech does not either need or use them. This would be the end of both the Bible and Shakespeare.

En:

when you attempt to squeeze “all the characters needed for the languages of the modern world” into 65,536 character code points, lots of Chinese characters get left out. It […] is easy, you say, the most frequently used ones should be included, and the rarely used ones should be left out. However, if one of those rarely used Chinese characters is part of your name or the name of the place in which you live, then it is a frequently used character, not a rarely used one.

Een tweede probleem met de zelfverklaarde universaliteit van Unicode is cultureel van aard. Het rigide grid van een encoderingssysteem is op maat gemaakt voor de relatieve stabiliteit van de min of meer abstracte karakterset van het Romeinse Alfabet . Het maakt de relatie tussen taal en machine transparant zonder haar bewegingsvrijheid te hinderen. Aziatische karakters hebben opzichzelf al betekenis en zijn dus veranderlijk, veelvuldig en moeilijk in hetzelfde grid in te passen:

[…] East Asians continue to create and/or use new characters. In Japan, for example, 166 picture characters have been created [this year ...], and Tompa hieroglyphic characters of the Naxi minority in China are a fad among high school girls. In Japan, both character sets are used on a daily basis by ordinary people.

Misspelling generator in Python

Of het waar is zullen we wel nooit weten, maar er wordt verteld dat een letterzetter een fout vond in een Oudgriekse tekst die hij aan het zetten was voor de Oxford University Press. Zijn collega’s en ook zijn superieuren geloofden hem niet omdat het bekend was dat hij geen Oudgrieks kon lezen of schrijven. Maar de man hield vol, en uiteindelijk daalde een redacteur af naar de zetterij. In eerste instantie wees ook zij de gedachte af dat de zetter een fout gevonden zou kunnen hebben. Maar toen ze de tekst nogmaals controleerde, realiseerde ze zich dat hij gelijk moest hebben. Toen ze hem vroeg hoe hij de fout had ontdekt, zei de zetter:

"Ik heb mijn hele werkzame leven al teksten in het Grieks gezet. Maar ik weet zeker dat ik nog nooit eerder deze twee letters na elkaar uit de letterbak heb gepakt"

Batavia
Adriaen de Jonghe (Hadrianus Junius), 1588.

To Heal a Nation: The Vietnam Veterans Memorial
Jan C. Scruggs and Joel L. Swerdlow (New York, 1985)

Unicode Revisited
Steven J. Searle, 2002

Why Unicode Won’t Work on the Internet: Linguistic, Political, and Technical Limitations
Norman Goundry, 2001

The social life of information
John Seely Brown, Paul Duguid 2003

Deze tekst is een voetnoot bij Alles wat je altijd al wou weten over koken en software, maar nooit durfde te vragen, Femke Snelting en Pieter van Bogaert in gesprek (mei 2010).